Vanaf het moment van bekendmaking van een zwangerschap worden ouders-to-be, goedbedoeld, overladen met cadeaus voor hun aanstaande baby. Dan volgt een babyshower en vervolgens een kraamcadeau. De kersverse baby heeft al teveel speelgoed voor hij überhaupt onderscheid kan maken tussen zichzelf en de wereld om zich heen.

Gedurende de jaren wordt dit alleen maar erger; verjaardagen, Sinterklaas, Kerst, een doktersbezoek; allemaal prachtige gelegenheden om het assortiment van onze kinderen uit te breiden. Negen van de tien keer met speelgoed. Kortom: onze kinderen hebben teveel speelgoed; een overdaad aan speelgoed. Dat past natuurlijk perfect bij de consumptiemaatschappij waarin we tegenwoordig leven.

Maar welke boodschap geef je kinderen als zij zwemmen in het speelgoed? En wat doet het eigenlijk met kinderen, als zij alles hebben wat hun hartje begeert?

Het hebben van veel keuze

Zwemmen in het speelgoed betekent veel keuze. Een overdaad aan keuzes zorgt voor keuzestress. De psycholoog Barry Schwartz noemt dit de paradox van keuzevrijheid. Hij bedoelt hiermee dat hoe fijn het ook is om meerdere keuzes te hebben; tegenwoordig hebben we er teveel. We zijn doorgeslagen in de hoeveelheid, en deze enorme keuzevrijheid heeft twee nadelen:

  1. Het hebben van veel keuzes werkt eerder verlammend dan bevrijdend; hierdoor vinden mensen het steeds lastiger om een keuze te maken.
  2. Als we dan eindelijk een knoop doorhakken en een keuze maken zijn we hiermee minder tevreden. Want wellicht was een andere keuze toch beter geweest. Je krijgt al snel spijt van je keuze; hoe meer opties er zijn, hoe meer spijt je krijgt. Want: hoe moet mogelijkheden er zijn, hoe meer aantrekkelijke alternatieven er zijn.

Keuzestress is een term die wij volwassenen allemaal wel kennen, maar niet zo snel linken aan kinderen. Terwijl deze term wel degelijk opgaat voor kinderen. Inderdaad; bijvoorbeeld wanneer zij teveel speelgoed hebben waar ze uit kunnen kiezen.

Er moet dus een grens zijn aan de keuzemogelijkheden die wij mensen krijgen, en de keuzevrijheid in onze consumptiemaatschappij komt voor uit materiele overvloed. Dit is een goed moment om de uitgekauwde term ‘less is more’ er in te gooien. Weg met een teveel aan speelgoed dus; minder speelgoed! En dat het speelgoed dat je nog wel houdt dan wel van een betere kwaliteit is graag. Ja, dat kost je iets meer, maar op de lange termijn ben je écht goedkoper uit. Neem dit treehouse, had jij daar vroeger graag mee willen spelen? Dikke kans dat je antwoord ‘ja’ luidt. En jouw kinderen nu vast ook; en dat is wat we moeten hebben, speelgoed dat generaties lang meegaat.

Kinderen die alles hebben

Natuurlijk; je gunt je kinderen het beste. Maar het beste betekent niet altijd het meeste:

  • Kinderen die teveel speelgoed hebben hebben meer ruzie; ze willen alles voor zichzelf houden. Terwijl wanneer kinderen doorhebben dat er ‘schaarste’ is, ze eerder geneigd zijn om samen te werken, samen te delen en er samen voor te zorgen dat het speelgoed intact blijft. Ze zijn dus ook zuiniger op hun speelgoed.
  • Als er minder speelgoed voorhanden is zullen kinderen gestimuleerd worden om hun fantasie te gebruiken; wat kan ik allemaal nog meer doen met dit stuk speelgoed? Ook duurt het spel vaak langer. Kinderen kunnen zich dus beter focussen en concentreren.
  • Een kind mag zich best even vervelen als het uitgekeken is op een stuk speelgoed. We kennen allemaal de onderzoeken waaruit blijkt dat vervelen goed en nuttig is.

Kijk eens rond in je huis, en wie weet kom je tot de conclusie dat jouw kinderen ook teveel speelgoed hebben, en dat het tijd is om te Marie Kondo’en (of; opruimen). Weg met alle ruis!

Wil je weten welk speelgoed je het beste kunt wegdoen (of beter nog: niet moet aanschaffen), en welk speelgoed de ontwikkeling van je kinderen stimuleert? Dat lees je in deze blog.